Nader tot Reve: Levensarchief Naar de homepage van Nader tot Reve
tak
Hans en Siegfried
Dat de fantasieën van Gerard Reve niet altijd bij iedereen in even goede aarde vallen wordt meer dan duidelijk in de brieven van de Duitse schrijver Andreas Sinakowski aan Gerard Reve. Deze brieven, uit de periode juni 1992-augustus 1993 zijn gebundeld in Het wit in het oog van de tijger (1993).
Uit een van de brieven (p. 27) blijkt Reve aan Andreas Sinakowski te hebben voorgesteld om diens voornaam te veranderen in Hans of Siegfried. Dit voorstel past natuurlijk geheel in Reve's 'Germaanse fantasieën' over Duitse broedervolken, vliegeniersliederen van Duitse oorlogssoldaten, vage soldatenglimlachen etcetera. maar dat moet je natuurlijk wel even weten en ook nog kunnen apreciëren.
Sinakowski, die van Joodse komaf is, wist het niet en waardeerde het niet en ontsteekt in grote woede: "Als ik mezelf nu een andere naam zou geven dan in geen geval een Duitse, in geen geval zo een als u voorstelde. En terwijl ik u dit schrijf, merk ik hoe woede in mij begint op te borrelen. 'Hans of Siegfried...' Ik heb in Duitsland zoveel mensen leren kennen die Hans en Siegfried heten en hun kinderen neuken en hun joden afranselen, dat die naam in mijn ogen voor eens en voor altijd verbonden is met alles waarvan ik walg." Geen Hans of Siegfried dus.
Andreas Sinakowski
Wat later gaat het weer fout (zie de brief van 26 oktober 1992) als Reve in een brief aan Sinakowski het Revisme blijkt te hebben uitgelegd. Sinakowski: "Ik heb er óf niets van begrepen óf dat 'revisme' is niets anders dan alledaags sadomasochisme met daaroverheen en katholiek sausje (jus). Ik moet daar niets van hebben. En toen je schreef dat je mij wilde beledigen en vernederen, was je daar op datzelfde moment al in geslaagd".
Zijn woede hierover bereikt op pagina 63 ev. een hoogtepunt waarin hij reageert op een opmerking van Reve tijdens een telefoongesprek. Reve zou gezegd hebben dat jood zijn ook niet slecht is, bijna even goed als katholiek. Sinakowski die jood is maar wiens ouders tot het katholicisme zijn overgegaan kan het allemaal niet waarderen maar denkt het wel te begrijpen: "Ik vind dat niemand van ons uit zijn individuele overtuigingen algemeen geldende oordelen zou moeten afleiden. Jij hebt het trauma van je communistische ouders nooit verwerkt. Dat is omgeslagen in iets puur destructiefs."
Het komt allemaal nog redelijk goed. Een paar dagen later, op 30 oktober wil Sinakowski weer vrede sluiten. Na lezing van een door Reve opgestuurd exemplaar van De Taal der Liefde (1972) en brieven die Reve aan Antoine Bodar geschreven heeft zegt Sinaskowski in te zien dat het katholicisme van Reve weinig te maken heeft met het katholicisme wat Sinakowski voor ogen heeft en hij spreekt zelfs een Mea Culpa uit.
Reve heeft ook een foto van hem en Bodar uit 1972 meegestuurd die Sinakowski tot de volgende overpeinzing brengt: "Toen ik de foto zag dacht ik: Twaalf jaar was ik toen... Ik zou jullie zeker niet van de rand van het bed hebben geduwd."
Foto is gemaakt door Johan de Boer en is afkomstig van de achterflap van Het wit in het oog van de tijger (1993)
Voor nadere studie over de 'Germaanse fantasieën' is het derde hoofdstuk, Leven En Laten Leven van Lieve Jongens (1972) een mooi startpunt. Hierin vertelt Reve aan Woelrat over zijn geheime relatie tijdens de oorlog met de soldaat Wolfgang: "Hij was bij het doodsverachtende, wrede legerkorps van de vijand, dat men alleen met twee hoofdletters aanduidt". De lezer zij gewaarschuwd voor passages als: "Ik hield van het Duitse volk en land en de Duitse woorden en zangliederen die ik niet begreep, maar die de oorlog moesten winnen zodat ze nooit meer weg zouden gaan maar in hun ritselende uniformbroeken het woud zouden omsingelen waarin ik op hen zou wachten, half ontbloot reeds in mijn kuil..."