Nader tot Reve: Levensarchief Naar de homepage van Nader tot Reve
tak
Revisme en Katholicisme, Reddingsboot en Moederschip
Bij het ontvangen van de P. C. Hooft Prijs 1968 sluit Reve zijn toespraak in het Muiderslot af met:
LEVE ONZE MARINE
een gedicht uit Nader tot U, dat hem in het bijzonder dierbaar is. Hij vertrouwt de toehoorders toe dat zijn romantisch-decadent levensgevoel, zijn religieus credo en zijn credo van de Liefde in weinig andere passages van zijn werk zo intens en zo volledig verwoord worden als in dit gedicht.
De aanhef 'Leve ...' wil zeggen dat er iets te vieren valt. Het credo van de katholieke kerk wordt eveneens uitgesproken in een viering, de H. Mis ofwel Eucharistie.
Per trein op weg naar huis,
zoek ik vergetelheid in bier,
Een situatie, uit het leven van matrozen gegrepen. Maar bij Reve geen luidruchtige vrolijkheid.
Ik vind elke verplaatsing angstaanjagend, want ik denk dan dat niemand de moeite zal nemen mij op te rapen als ik nedergeslagen en beroofd op een treinperron of straatdek lig. (Brieven Van Een Aardappeleter / 287)
Er spreekt echter uit de dichtregels ook vertrouwen. Hij beweegt zich immers niet op weg naar een einde, maar op weg naar huis.
Ik kan niet geloven dat het mij, in leven of in sterven, ooit gegeven zal zijn, God te mogen zien 'van aangezicht tot aangezicht', maar misschien zal Hij mij niet veroordelen tot eeuwige onwetendheid aangaande Hem, doch mij toestaan, Hem ten eeuwigen dage tegemoet te reizen. (Een Eigen Huis / 202)
Deze reis voert de katholiek naar de kerk, het Godshuis.
maar kan, wat komen moet, niet meer bezweren:
Vergetelheid helpt om de diepste verlangens even niet te voelen, en er zijn allerlei manoeuvres denkbaar om de confrontatie met de ontoereikendheid van de menselijke liefde uit de weg te gaan. Waarom je gedachten blijven pijnigen? Al voor zijn toetreding tot de katholieke kerk erkent Reve in deze het nut van
'de grote symbolen die verstand en gevoel verenigen'. (Brieven aan Josine M. 1959-1982 / 31)
De gelovige belijdt aan het begin van de ritus van de H. Mis zijn zonden (Confiteor), hij vraagt om ontferming (Kyrië) en heft vervolgens een lofzang en dankzegging aan (Gloria). Verstand en gevoel richten zich op eenzelfde brandpunt, wonderlijk genoeg schept dat ruimte en diepte.
reeds na twee haltes stapt hij in,
De Eucharistieviering vervolgt met twee lezingen (Epistel en Evangelie), die stof geven tot nadenken over Hij die was, die is en die zijn zal.
tenger matroos,
Iemand, die zich niet laat voorstaan op zijn macht. Iemand om zich aan over te kunnen geven.
met stoute billen, verlegen maar brutaal. Met oortjes. Donkerblond.
De katholieke kerk benoemt na de beide lezingen puntsgewijs de hoedanigheden van de Goddelijke Personen (Credo).
Wanneer ik ooit nog rijk word
Hij zou zijn geliefde wel alles willen geven, maar heeft zoveel nog niet te bieden.
De priester wijdt brood en wijn aan God toe en de gelovige vraagt de Heilige Geest lichaam en ziel te willen heiligen, zodat hij ook zichzelf als waardig offer kan aanbieden aan God (Offerande).
gaat hij elke dag met mij de stad in
om van mij te drinken wat hij wil:
'dit is mijn bloed'.
Waarschijnlijk is het dus het liefdesobject, dat degene die liefheeft opslokt, vernietigt en verteert. Maar dat is eigenlijk ook een oerreligieus motief. Wie zijn leven wil verliezen zal het behouden, eh, wie het wil behouden zal het verliezen. De noodzaak om te sterven om opnieuw geboren te worden. (Gerard Reve In Gesprek, Interviews / 98)
Met de woorden van Christus, 'dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed', heiligt de priester brood en wijn (Consecratie) en roept hij de gelovigen op het voorbeeld van te volgen van Christus, die zich heeft gegeven voor zijn vrienden. 'Doet dit om mij te gedenken.'
En elke mooie hoer die hij wil hebben
wordt door mij betaald: 'dit is mijn lijf'.
Het Revisme - het woord is afgeleid van mijn naam - is die bepaalde vorm van liefdesverlangen, waarin de betrokkene aan het objekt van zijn liefde een derde persoon (of personen) wil geven. Op konkrete wijze voorgesteld: ik wil aan de Meedogenloze Jongen allerlei jongens geven, die ikzelf eveneens begeer, maar die ik mijzelf bij voorbaat ontzeg, om ze hem te offeren. (...) Het revisme is de volstrekt belangeloze liefde. (Interview Tom Rooduijn, VPR0 13 t/m 19 maart 1982)
Voor mij is de lichamelijke liefde erg belangrijk, niet zozeer als driftbevrediging, maar als symbool van vertrouwdheid & geborgenheid, & als een troostend & de ziel versterkend sacrament. (Ik Had Hem Lief / 202)
Ik zou zo graag erbij zijn, schat,
maar niet als jij je schaamt:
dan hoeft het niet, en zal ik je nooit zien,
Men kan in de wereld alleen iets veroveren, indien men tegelijkertijd bereid is er afstand van te doen. (Brieven Van Een Aardappeleter / 78)
Ik kan niet voor of tegen de vrije liefde zijn, omdat de vrije liefde niet bestaat. Het wezen van de liefde is, dat zij niet vrij is, en dat zij zich gevangen en gebonden geeft, en dat zij offer is, en dat zij dient. (Huldiging Allerheiligste hart Kerk 1969)
De katholiek bidt: niet mijn, maar Uw wil geschiede (Pater Noster).
verborgen naakt in trui en broek, verheven ruiter,
aanbeden Dier, lief Broertje van me.
De Verborgene, de Gekruisigde, het Lam Gods (Agnus Dei), dat de zonden van de wereld wegneemt en innerlijke rust geeft. Hij, die alle mensen kinderen van Zijn Vader heeft genoemd.
In de Eucharistieviering ontvangen de gelovigen het lichaam en bloed van Christus onder de gedaante van brood en wijn (Communie). In het gedicht van Reve blijft deze vereniging uit. Hij accepteert de mogelijkheid dat zijn geliefde voor hem verborgen zal blijven, zoals voor hem ook God de eeuwig wijkende is, die hij nooit 'van aangezicht tot aangezicht' zal zien.
Nader tot Reve
Reve constateert in zijn toespraak in het Muiderslot dat het hem zijn hele leven niet gelukt is om via gesprekken en debatten zijn wereldbeeld en religieuze voorstellingen aan anderen duidelijk te maken. Hij neemt zich voor zijn tijd niet langer te verspillen aan het geven van tekst en uitleg, maar het voortaan enkel bij tekst te laten. Evenzo leidt misschien het wijzen op een parallel tussen de opbouw van het gedicht van Reve en die van de H. Mis tot misverstand. Het zij zo. Het enige dat vast staat, is mijn respect en eerbied voor beide.
Soms word ik wel degelijk ontmoedigd, als bijvoorbeeld mensen mijn geestelijke liederen godslasterlijk noemen. (Brieven Aan Geschoolde Arbeiders / 111)
Ik ben in eerste en laatste instantsie een religieus schrijver, en een in wezen religieuze problematiek doortrekt mijn hele werk (Een Eigen Huis / 220)
het onmetelijke 'Bist Du bei mir' van Bach. (Dit laatste is als liefdesgedicht geschreven & gecomponeerd, maar wordt altijd als aandachtigheid verstaan - wel een bewijs, hoezeer religieuze en amoureuze erotiek één zijn!) (Brieven aan Josine M. 1959-1982 / 236)
Ik ben de Katholieke Kerk dankbaar, dat zij de grote oerwaarheden zo zorgvuldig en met zulk een ontroerende schoonheid heeft verwoord & in steeds vernieuwde vertolkingen blijft ontwikkelen. (Brieven aan Josine M. 1959-1982 / 169)
Tekst: Ans Willems, 22 juni 2004