Nader tot Reve: Levensarchief Naar de homepage van Nader tot Reve
tak
LITERATUURGESCHIEDENIS
ROMANTISCH-DECADENT, MET EEN MYSTIEK-RELIGIEUZE INSLAG
In het geboortejaar van Gerard Reve (1923) verschijnt de roman 'Kees de jongen' van Theo Thijssen. Deze roman geldt inmiddels als een klassieker, evenals 'De Avonden' (1947) van Reve. De respectievelijke hoofdpersonen, Kees Bakels en Frits van Egters, zijn jongens van alle tijden. Hun innerlijke verlangens en ambities vieren hoogtij, maar de omstandigheden zitten tegen. Vader vroeg of laat onverstaanbaar, moeder steeds verdrietiger. De zoon nadert een drempel, hij is geen kind meer en moet bepalen wat hij met zijn leven wil. Terwijl in beide boeken bladzij na bladzij duidelijker wordt dat er van alle voorgenomen plannen niets terecht zal komen, voltrekt zich aan het slot een wonderlijke omkering. Precies wanneer wat de hoofdpersoon zich ten doel heeft gesteld niet haalbaar blijkt, beleeft hij iets dat hem uittilt boven die werkelijkheid. Kees Bakels krijgt zijn eerste kus van een meisje. De eerste grote overwinning, die alles in een ander daglicht plaatst: hij is niet langer alleen. Voor een dergelijk happy end van alle tijden is Frits van Egters niet in de wieg gelegd, over homosexualiteit wordt in 1947 nog in alle talen gezwegen. Frits wil aan het eind van de roman zijn vrienden bezoeken. Het is oudejaarsnacht en niemand is thuis. Er zit niets anders op dan terug te keren naar de voor hem onhoudbare werkelijkheid van zijn ouders, waaraan hij zich op een eerder, beslissend moment niet openlijk heeft durven onttrekken. Uiteindelijk ontdekt hij echter toch een weg, die zowel aan zijn ouders als aan zijn eigen beleving recht doet. Hij beveelt zijn ouders aan bij God, een daad van liefde. God ziet de ouders, maar de zoon presenteert ook zichzelf.
'Elk boek is een autobiografie', zei Reve in 1987 in een radio-interview. Hij schreef De Avonden omdat zijn psychiater, C. J. Schuurman, hem had geadviseerd alles op te schrijven. Wat hij dacht en voelde, zijn onuitgesproken bezwaren tegen zijn ouders en het vruchteloos zoeken naar communicatie met hen, zou door het toe te vertrouwen aan het papier en vervolgens te publiceren niet langer onopgemerkt blijven. Reve benoemt het thema van De Avonden als volgt.
Het draait eenvoudig om het grote ontvoogdingsprobleem tegenover een oudere generatie. Niet de enkelvoudige rebellie dus, maar het gewetensconflict, de worsteling van iemand die heel scherp en gevoelig denkt, en die onloyaliteit niet op kan brengen. Volgens de natuurwetten moet hij in opstand komen tegen zijn ouders, moet hij onredelijk tegen ze zijn, maar zijn verstand en zijn geweten verzetten zich daar weer tegen. Uit dat rare conflict komt die verfrommelde Frits van Egters te voorschijn. (Gerard Reve In Gesprek, Interviews / 16)
De menselijke liefde is ontoereikend, zowel krijgen als geven is aan een overmaat van beperkingen gebonden. Maar de mens is meer dan zijn sociale vaardigheden. Reve is zich er pijnlijk van bewust dat goede bedoelingen vaak geen vorm vinden, en dat wat de materiële werkelijkheid laat zien niet alles zegt over wat mensen in wezen met elkaar voor hebben.
Ik ben een revist, veel en veel meer dan jij. Voor mij zijn de voorstelling en de idee vrijwel even belangrijk en reëel als de tastbare werkelijkheid. (Brieven aan Matroos Vosch / 151)
Frits van Egters begeeft zich in een ruimte die, voorbij het onvermogen tot geven en ontvangen, toenadering mogelijk maakt. Niet langer hangt zijn bestaansrecht af van het begrip en de waardering van zijn ouders, niet zij moeten hem gelukkig maken, maar hij wil bijdragen aan hun geluk. Gevangen in zijn onvermogen daartoe doet hij een beroep op hulp van een ander, en wendt hij zich tot God. Hij vraagt of God, die toch Liefde is, van zijn ouders wil houden. Een Reviaanse liefdesverklaring.
De revist streeft niet in de eerste plaats naar bevrediging van de eigen lust door middel van een tweede persoon, doch naar de bevrediging van de lust van een tweede persoon door middel van een derde of derden. Voor de revist is de bevrediging van de lust van de aanbedene het enige doel, ongeacht de prijs. Het revisme is de volstrekt belangeloze liefde. (Reve Jaarboek 1 /101)
Reve vergelijkt het genre van Thijssen met dat van Nescio, en noemt het huiskamerheroïek. (Geschoolde Arbeiders / 310) Kees, de jongen, die zich in gedachten ziet als een romantische held.
Dat heroïsche vond ik altijd al geweldig, vind ik eigenlijk nog geweldig, hoor. Dus uniformen, en ten strijde trekken, en de dood in de ogen zien, en eenzaam sterven, in het halfdonker en zo. Een jonge, blonde soldaat, die om zijn moeder roept en zo. Dat heeft me altijd geïmponeerd.
- De romanticus, hè.
Ja, toch wel. (TV-interview door Koos Postema / 1988)
Frits van Egters is het prototype van de anti-held. Hij maakt zich geen illusies. Over zijn eigen werk zegt Reve in 1962 het volgende.
Het sluit aan bij een heel oude traditie. Toen ik literair ter wereld kwam werden er van die kwade stukken over me geschreven, het was allemaal zo boosaardig en slecht, het ademde een ontkenning van alle levenswaarden, je kent dat gelul wel, en op het laatst werd ik er zo treurig van, ik begon het nog half te geloven ook. Nu weet ik, dat ik gewoon vlijtig doorwerk in een bestaande traditie. Alleen is het heel mild nog. (..) Het is een heel kalme Nederlandse binnenhuisdecadentie. Waar maken de mensen nou herrie over? (Gerard Reve In Gesprek, Interviews / 15)
Nader tot Reve
Reve mist in Nederland kunstbroeders met wie hij de problemen van literaire vormgeving kan bespreken. Het maakt voor hem schrijven nog meer dan het per definitie al is tot een eenzaam en moeizaam proces.
Als je schrijvers had, die met dezelfde ernst en verbetenheid een vergelijkbaar genre als het mijne beoefenden, kon je bij jezelf zeggen: van hem kan ik leren, en: die zal ik eens vertellen wat hij nog moet doen om het goed te krijgen. Er is niemand van dien aard, er is een vacuüm. Bij Flaubert vind je in de worsteling om de emoties de baas te blijven wel een klimaat dat er op lijkt. (Gerard Reve In Gesprek, Interviews / 138)
Het kunstmatige en dus betrekkelijke van etiketten plakken voor lief nemend, positioneert Reve zich vanaf 1966 als een 'romantisch-decadent schrijver met een mystiek-religieuze inslag' (Een Eigen Huis / 214).
Er is een indeling van de Europese literatuur in steeds vier fasen, en die indeling stamt geloof ik af van Goethe of althans, hij heeft het uitgewerkt. Volgens die theorie is er een classicistische periode, dat is een periode waarin alles streng aan conventies gebonden is, in de literatuur, in de uitdrukkingswijze, waarin de emotie ook hogelijk gestileerd moet zijn, volgens vaste normen. Daarop volgt de romantische periode, waarbij de emoties het alles haast zijn, het hoogste, met alles wat er aan passie, wreedheid tevoorschijn gebracht kan worden. De romantiek verstilt tenslotte in wat men de decadentie noemt. Dan wordt het een beschouwende romantiek, die overweegt wat iemand, eventueel, die van iemand hield, hartstochtelijk, gezegd zou kunnen hebben, op een zekere zaterdagmiddag, als niet die en die, daar en daar, wel of niet thuis was geweest. En die periode, de decadentie, loopt weer uit in de mystiek, dat wil zeggen een vrijwel volledig zwijgen. En daarop volgt dan weer het classicisme.
En nu is het zo, de romantiek en de decadentie zijn in Nederland eigenlijk nooit behoorlijk doorgedrongen. Terwijl je in Frankrijk, Engeland, Duitsland dozijnen romantische schrijvers hebt - hun Baudelaire, Swinburne, Byron, ga maar door - hebben wij alleen maar onze Couperus en Slauerhoff. (Huldiging Allerheiligste Hart Kerk / 1969)
Ik zag opeens dat mijn geschrijf over sex, drank, dood, graf, wreedheid en religie prima aansloot op een eerbiedwaardige traditie van minstens twee eeuwen: die van de romantiek. Ik sta ergens tussen de romantiek en de decadentie (dat zijn geen waarde-oordelen, maar literaire termen), waarbij ik van de romantiek de agressie heb, en van de decadentie de dadenloze bespiegeling. (Gerard Reve In Gesprek, Interviews / 106)
Wel ben ik, geloof ik, de enige levende Nederlandse vertegenwoordiger van die Europese traditie. Dat is geen aanmatiging wat betreft kwaliteit, maar het betreft de soort. Ik ben de enige, die mij bewust is dat ik een romanticus ben en dat ik, als ik iets wil bereiken, moet aangesloten zijn op die Europese traditie. (Huldiging Allerheiligste Hart Kerk / 1969)
Niet alleen beschouwt hij zich temidden van collega-schrijvers als een eenling, ook ontmoet hij bij lezers wanbegrip aangaande datgene wat hij in zijn werk vertolkt.
Een groot deel van mijn Geliefd Publiek juicht volgens mij alleen omdat het denkt dat ik een revolutionair ben en tegen het 'establishment' zou zijn, zulks omdat ik beschrijf wat niet bepaald maatschappelijk koerant is. (De Taal der Liefde / 46)
Voor de één ben ik een puritein, voor anderen een fascist en voor weer anderen een libertijn, een hedonist, een smeerlap, een heiden en een perverteling. (Gerard Reve In Gesprek, Interviews / 176)
Ik ben allerminst een libertijn, maar een lief en braaf burger. Weet je met wie ik me erg verwant voel? Met Blake. Die kreeg het opeens in zijn hoofd dat hij twee of drie jonge vrouwen er bij moest nemen, net als diverse figuren in het Oude Testament. Hij deelde dit zijn vrouw mede, die meteen bitter begon te schreien. Toen zag hij maar van het plan af. Ik vind dat zo ontroerend, vooral als je die woeste, demoniese, profetiese teksten van hem leest. (Brieven aan Josine M / 126)
Mijn ideeën zijn geen nieuwe ideeën, ik verkondig helemaal niets nieuws. Ik vertolk eenvoudigweg de romantische ideeën, en die krijgen de kleur van mijn verleden, van mijn jeugd. En de Belle Dame Sans Merci, de Schone Meedogenloze Vrouw, wordt natuurlijk in mijn versie de Beeldschone Meedogenloze Jongen. Maar er is niks nieuws onder de zon. (Huldiging Allerheiligste Hart Kerk / 1969)
De mystiek-religieuze inslag is geen toegevoegd ingrediënt, maar vormt de basis van Reve's schrijverschap. Mystiek als kunstvorm, los van een religieus besef, zegt hem echter weinig.
(Willoze overgave aan het lot: krantenkopgeknipte woorden uit een hoed gevist; 'iedereen is kunstenaar'; elke doodgedrukte vlieg tusen twee bladen papier is een schilderij; 'iedereen kan schilderen', etc.) Ik heb het hier over de Mystiek als vierde kunstfase in een Westeuropese viertakt. Mystiek als aspekt van de religie is iets heel anders, en het hoogste, wat de mens bereiken kan. (Brieven aan Geschoolde Arbeiders / 180)
In de beleving van Reve verwijst alles naar een mysterie, dat wel religieus te duiden, maar niet rationeel te verwoorden valt. Het kan beleefd, maar niet begrepen worden.
Enfin, met wat ik schrijf is het precies als met het Evangelie: men dient het ernstig te nemen, maar niet letterlijk. (Brieven van een Aardappeleter / 29)
Nader tot Reve
Classicisme, romantiek, decadentie en mystiek, vier (kunst)fasen die elkaar opvolgen, en telkens opnieuw begint dit proces van zoeken naar uitingsvormen weer vooraan. De even logische als onontkoombare cirkelgang van het menselijk streven, zowel psychologisch, op individueel nivo, als binnen de literatuurgeschiedenis. Wat betreft zijn schrijverschap streeft Reve een hoge ambitie na.
Het gaat mij dus om de momenten, waarin je tot het wezen van de dingen kunt doordringen. (Gerard Reve In Gesprek, Interviews / 18)
Over de moeite die hij daarvoor wil doen zegt hij:
Ik heb er altijd naar gestreefd het beste te schrijven, wat ik kon maken. Meer was niet vereist. Ik heb nooit uit luiheid, of om een ton te verdienen, in drie of vier weken een onleesbaar boek geschreven. Ik ben een slecht en zondig mens, maar geen pooier. (Documentaire Close-up / 1998)
Bij dit alles moeten het dan ook nog gewone mensenboeken blijven, voor iedereen toegankelijk.
Ik ben heel nadrukkelijk opgevoed in de opvatting, dat ook de eenvoudigste mens de diepzinnigste zaak kan begrijpen. (Ik Had Hem Lief / 184)
Iedereen kan alles navoelen, als je het maar goed op papier zet. (Gerard Reve In Gesprek, Interviews / 143)
De grote opgave en uitdaging is voor hem:
iets schoons maken dat op diverse niveaus werkt, in zijn verheven ideeën de elite verrukt & tevens, anekdoties, 1 grote menigte blijvend boeit & amuseert. (Ik Had Hem Lief / 50)
Zijn roman Een Circusjongen prijst hij met gepaste trots aan als een keukenmeidenroman. Graag ook zou hij willen schrijven in de stijl van Hedwig Courths-Mahler, de Duiste schrijfster van 'Ze hadden elkaar zo lief' en meer dan 200 andere romans over vrouwen, die na veel ontberingen toch het geluk vinden. Hij benijdt haar verkoopcijfers.
Maar rijk worden is in onze moderne, min of meer socialistiese staat welhaast onmogelijk geworden. Bovendien is de Courths-Mahler mythe, in zijn eenvoud, niet te verzoenen met de diepzinnige en openbarende pretentsies van de hedendaagse kunstenaar: ik zou, door mijn hoogmoed, falen. (Brieven aan Geschoolde Arbeiders / 80)
Gelukkig voor ons, zijn lezers, heeft Gerard Reve niet gefaald. Het is hem allemaal gelukt. Maar zeker is veel door ons nog onopgemerkt gebleven.
Tekst: Ans Willems, 9 februari 2006