Nader tot Reve: Levensarchief Naar de homepage van Nader tot Reve
tak
Zelf Reve Veilen
Deel 1: de collectie H.
Amsterdam, voorjaar 1997. Na enkele stormachtige dagen opent Antiquariaat G. Postma zijn eerste Amsterdamse filiaal: het van Hein Exalto overgenomen antiquariaat Egidius aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. We - de drie toenmalige eigenaren: Geert Postma, Jildou Oost en Martijn Steenbergen - waren zo slim om op een vrijdag te openen om zo direct verzekerd te zijn van de aandacht van de bezoekers en standhouders van de wekelijkse boekenmarkt op 't Spui.
De opening verliep goed. Zeer goed. Toen onze medewerker Edwin Bloemsaat vanuit onze winkel in Groningen opbelde met de vraag hoe de zaken gingen waren de superlatieven dan ook niet van de lucht. Alles ging top, geweldig, briljant, Fabelhaft, Großartig, very well indeed, couldn't be better, magnifique, tres bien, merci, et tu? Nou, nu we het toch vroegen... ook Edwin had goed nieuws. Della nueva bello. Juist die middag was een hem onbekende klant de winkel binnengelopen met de vraag of we interesse hadden in enige eerste drukken van Reve, soms nog gesigneerd ook. Edwin, rot in 't vak, had meneer zijn telefoonnummer genoteerd, dus als we... maar wel na zessen, had meneer gezegd.
Dezelfde avond nog belden we en hetzelfde weekend nog stonden we bij meneer de Reviaan op de stoep. Of we misschien een wijntje lustten? Koud aangeschoven zag ik onze verkoopcatalogus Literatuur I op tafel liggen. "Een leuke catalogus," vond Reviaan, "van een vriend gekregen. Veel Achterberg en Büch, maar niet zoveel Reve." "Klopt," zei Geert, "Maar daar kun jij nu wat aan gaan doen." Ja... ja.... hmm... eventueel... moesten we misschien eerst nog een glaasje... en vertel, hoe zijn jullie nu eigenlijk in deze handel...
Nader tot Reve
Hoe we precies thuisgekomen zijn weet bijna niemand maar toen we de volgende dag de spullen nog eens doornamen waren we nog steeds als een kind zo blij. Op het bureau lagen eerste drukken, gesigneerde exemplaren en... onze eerste Reve handschriften! Onze eerste handschriften Reve! Onze eerste... jawel! Echt! En... we hadden een vervolg afspraak. Want meneer had nog veel meer! We stonden te trappelen. Als deze vier handschriften - het ging om de netschriftversies van de stukken van Reve voor Hollands Diep - nog maar 't begin waren, wat hield het einde dan in? En zo stonden we korte tijd later weer op de stoep, ging er weer een flesje rood... en nog een, en laten we er nog maar eentje... en weer weet geen mens hoe... en weer waren we de volgende ochtend als kinderen zo...
Dit ritueel zou zich in de loop der weken meerdere malen herhalen. En elke keer weer was wat we zagen beter, mooier, zeldzamer, unieker - als dat kan - maar... ook duurder. Dit was als inkoop niet meer te behappen. Wat dacht u bijvoorbeeld van de ruim 100 brieven van Reve aan Teigetje en Woelrat of de agenda's van Reve uit 1963 tot en met 67? En dus besloten we de boel te veilen.
H. - want zo heette de Reviaan en we mochten nu je en H. zeggen - had er wel oren naar maar... dan wilde hij wel een fijne catalogus met een voorwoord van zijn hand, uitgebreide beschrijvingen (voor een deel ook van zijn hand) en als het even kon veel afbeeldingen. En limieten, natuurlijk. Nog van geen kwaad bewust zeiden we ja hoor, graag, tuurlijk, doen we. Een ware veldslag volgde. Een monnikenzomer. We lazen en collationeerden 329 brieven, lazen en herlazen, pluisden naar namen en data, herpluisden naar namen en data. En waar een monnik de Eeuwigheid heeft, hadden wij één zomer. De veiling zou op twee november plaatsvinden (Allerzielen!) en dus moest het werk eind september af.
Nader tot Reve
Met hangen en wurgen lukte het om de boel op tijd af te hebben. En ingevoerd. En zelfs onze toenmalige vormgeefster (had Jildou toen al...) wist niet alleen stipt op tijd op onze doorspreekafspraak te zijn, ze wist alles zelfs sneller dan gepland af te hebben. Maar omdat we nu voor het eerst met een gewone en een luxe-catalogus kwamen was de planning van de drukker in de war geraakt. Die extra catalogus - die hadden we helemaal niet aangemeld! En dus had hij niks ingepland! Laat staan zwaar papier besteld! Na wat gekissebis vonden we dat dit alles de schuld van de vormgeefster was - iemand moet 't... precies - en dat zij 't dus ook maar op moest lossen. Nog geen kwartier later had ze de boel alweer volledig onder controle. Wat een wijf! Had gewoon haar adressenbestand genomen, telefoon gepakt, probleem uitgelegd en... probleem opgelost.
Een of andere drukker in Heerenveen was bereid het klusje te klaren. Alleen: als wij onze deadline wilden halen zou er water bij de wijn moeten. Of geld bij de offerte, als wij begrepen wat hij bedoelde. Drukker was namelijk een Overtuigd Christen en veel van zijn personeel ook. Allemaal niet erg, die mensen kunnen ook best gelukkig worden, ware het niet dat Ware Christenen de Zondag met een hoofdletter schrijven en... als Rustdag zien. Ook met een hoofdletter. We zaten met onze ballen voor het blok. (Je kunt van Diep Gelovigen zeggen wat je wilt - maar onderhandelen kunnen ze!) En dus tekenden we een aangepast contract, faxten het en ontvingen per ommegaande de belofte dat alles op tijd gedrukt zou zijn. Zwart op wit.
Nader tot Reve
Alles leek goed te komen. Leek. Want binnen no-time belde de drukker - die uit 's Herenveen. Wat of dat we wel niet dachten? Hoe we hem dit aan konden doen! Heel zijn personeel lag in staking! Helemaal verbaasd waren we niet - een catalogus met citaten van Reve bij Kruisdragers laten drukken - dat is zoiets als een catalogus van Reve bij - u begrijpt 't. We verontschuldigden ons, begonnen de geschiedenis van 't Ezelsproces te vertellen (want die brief aan die bank, jawel hoor, die zat er ook bij!) - mocht allemaal hoor van de rechter, jaren zestig al, dus om dan nu in staking te duiken, nou nou - bleek het om heel iets anders te gaan. Meneer H. had naast al dat moois ook een baldadige tekening in huis waarop Donald Duck (in matrozenpakje) en zijn neefjes Kwik, Kwek en Kwak de kunsten der vleselijke vereniging in de huiskamer tot volle wasdom laat komen.
Een tekening volgens inbrenger 'hoogst waarschijnlijk' afkomstig uit Huize Reve. En wij hadden het niet kunnen laten om die tekening op ware grootte (paginagroot dus) af te beelden. Donald Fuck. Dat 't personeel dees zondag niet naar de kerk maar naar het werk had gemoeten had nog afgekocht kunnen worden. Maar dit... Na kort overleg besloten we drukker aan zijn belofte te houden... dit was zijn probleem - niet het onze. (In die tijd waren wij daar vrij sterk in - in het afschuiven van schuld.) Nu zat hij ineens met zijn ballen... Geert dreigde fijntjes met een schadeclaim en zie: het hielp helemaal niets. Weer konden we op zoek naar een andere drukker...
Nader tot Reve
Nog altijd weet ik niet of het verstandig was om toen op vakantie te gaan. Tien dagen door Zuid-Afrika toeren terwijl je niet weet of de catalogus van je leven - want zo voelde dat toen - de ja dan de nee... Bij thuiskomt (over Zuid-Afrika een andere keer meer, want die vuurtoren waar Büch wegens Roem niet op ging, ik dus wel, prachtig hoor) bleek 't ja, de catalogus was er en nee, helemaal vlekkeloos was 't allemaal niet verlopen. Joop Schafthuizen was zo vriendelijk geweest om bij 't doorkijken van de catalogus een woedeaanval te krijgen - we boden roofdrukken aan (klopte - foutje van mij, we trokken ze terug) en we hadden zijns inziens te ruim geciteerd uit de brieven van Reve (klopte niet - foutje van heer Joop.) Op het moment dat Schafthuizen Geert boos belde had er een journalist van het Dagblad van het Noorden in het veilinghuis gezeten - Geert had zich niet bedacht en meldde meteen dat er heibel in de tent was. Ook de journalist had zich niet bedacht en was stante pede naar zijn fiets gerend. Een primeur van landelijke aard!
En jawel... een paar dagen later kreeg Hilversum lucht van de klachten van de heer Schafthuizen en terwijl ik door Zuid-Afrika toerde zat heel Nederland in auto's en treinen, in cafe's, sportzalen en klaslokalen, ja, zelfs in 't Paleis op de Dam ademloos aan de radio gekluisterd om te horen hoe de presentatrice van Radio 1 het in een rechtstreeks uitgezonden telefoongesprek opnam voor 'dat arme veilinghuis.' Druppelden de aanvragen voor een catalogus tot dan toe langzaam binnen - vanaf de dag na de uitzending gingen ze als warme broodjes en ruim voor de veiling was de luxe-editie uitverkocht en tot op de dag van vandaag krijgen wij smeekbedes, dreigtelefoontjes en verkapte liefdesverklaringen maar steeds weer is het nee, niet meer, helaas, non je regrette, no so sorry, njet, pravda skoda wodka, nein, keiner, in exilo quento tu. In het begin boden we nog wel eens aan om op markten en beurzen opduikende exemplaren op te kopen om aanvragers alsnog tevreden te kunnen stellen, maar in de bijna tien jaar die nu verstreken zijn hebben we nog nooit ook maar één exemplaar terug kunnen kopen. (Vroeger komt niet weer, en nooit of te nimmer word je weer jong.)
Nader tot Reve
Ondertussen was Geert ook begonnen de markt te verkennen. Een mooi exemplaar van een eerste druk van Reve kan iedereen verkopen - vraag genoeg en die paar tientjes (of paar honderd) gulden kunnen de meeste verzamelaars wel missen. Een handgeschreven gedicht slijten is ook de kunst niet - de meeste Revianen hebben wel een lievelingsgedicht en daar een bedrag voor neer leggen gaat vaak ook nog wel. Zelfs voor het auteursexemplaar van Veertien Etsen van Frans Lodewijk Pannekoek Voor Arbeiders Verklaard Door Gerard Kornelis Van Het Reve (want ook dat zat bij de collectie, evenals Pannekoeks exemplaar van Zes Gedichten, met - veelzeggende - opdracht van Reve, evenals etsen en zelfs enkele schilderijen van Pannekoek - H. bleek nogal dol op Pannekoek) zijn nog wel verzamelaars te vinden die in de buidel willen tasten.
Maar wie o wie wil 10, 15, 20 of 25 duizend gulden - want dat zijn de bedragen waar u aan moet denken - op tafel leggen voor originele brieven? (Of schilderijen van Pannekoek) Als - als - er al particuliere verzamelaars waren, dan waren die op de vingers van één hand te tellen. Natuurlijk waren er instellingen als het Letterkundig Museum of de Koninklijke Bibliotheek - maar om te denken dat je die zo gek krijgt dat ze tegen elkaar op gaan bieden... (Pikant detail was wel de aanwezigheid in de veiling van de originele brieven die Reve aan Sjoerd van Faassen, medewerker van het Letterkundig Museum had gestuurd. Goed: er zaten aan Van Faassen persoonlijk gerichte brieven bij, maar die andere, hoe konden die nou... - in Zelf Reve Veilen III de menig van Reve zelf over Sjoerd.)
Nader tot Reve
Langzaam bouwde de spanning zich op. De kijkdagen werden goedbezocht, maar ieder van ons wist dat veel bezoekers - aangemoedigd door de Fanfare - de kijkdagen niet als kijkdagen maar als gratis expositie c.q. dagje uit zagen. (Had de NS 'het boek' toen al als promotieartikel gezien - we waren geheid een NS dagtour geworden, met gratis hamburger toe. Als ik het mij goed herinner hebben wij de NS zelfs een brief gestuurd, toen, en dus komt dat hele idee van de NS misschien wel van... maar het kan zijn dat de wens hierbij de vader van de gedachte etc.) Mensen die tijdens de kijkdagen alvast vier of zes stoelen reserveerden voor tijdens de veiling (het hele gezin gezellig bij elkaar) waren eerder regel dan uitzondering. (dat dat soort reserveringen steevast achter in de zaal of - hoe sneu - achter een pilaar terechtkwam...)
Serieuze gegadigden zaten op de eerste rij; de inbrenger - die stug volhield dat hij namens een ouderlijk echtpaar van de man- manlijke liefde handelde - had een ereloge op de bovengalerij met een eigen tafeltje, een flesje rood en privé-bediening en nadat de diverse radio- en TV ploegen beeld en geluid scherp hadden gesteld (mijn vader werd de volgende ochtend gewekt door de stem van Geert op zijn wekkerradio - Radio 1: "25.000. Niemand meer dan 25.000?") kon de veiling beginnen.
Nader tot Reve
Vanaf het begin vloog de zaal erin. Achterberg werd duur, Büch liep vlot op, Buddingh' ging ver boven de prijs weg, Kloos... en toen kwam Reve... Het kleinood (vertalingen, eerste drukken, foto's, tegeltjes) vloog - een uitzondering daargelaten - de zaal uit. Het Letterkundig kocht de agenda's en het auteursexemplaar van Veertien Etsen kwam inderdaad keurig in particuliere handen. Kleine briefcollecties gingen naar de handel, maar het wachten was natuurlijk op de vingers bij het echte werk. Het Letterkundig bleek niet pietluttig: de belangrijkste werden aangeschaft - en zo hoort dat. De zaal reageerde uitgelaten en in mijn herinnering hoor ik zelfs applaus, maar dat kan ook best een enkele hand of schouderklopje na afloop geweest zijn. Want daarna werd het de kroeg, leve Ons, en ik weet nog dat Jildou zei: 'Jongen' en dat ik zei 'Wodka' en dat het toen, ineens, tien jaar later was.
tekst: Martijn Steenbergen