Nader tot Reve: Levensarchief Naar de homepage van Nader tot Reve
tak
Zelf Reve Veilen
Deel 2: de collectie Jürgen Hillner (e.a) (1998).
Waar Reve is, is pers. En pers is voor een veilinghuis wat een zuurstoffles voor een duiker is. Je kunt best zonder - even - maar op de lange duur... Toen wij een paar maanden na de eerste Reve veiling een telefoontje van ene Jürgen Hillner kregen met de mededeling dat hij enige handschriften van Gerard Reve bezat dachten wij dan ook meteen dat dit de eerste spin-off van de eerste veiling was. Niets bleek minder waar. Meneer Hillner wist van niets.
Hij stond op het punt om te verhuizen en die dozen in de kelder stonden nogal in de weg. Hij had ze nu al 25 jaar meegesjouwd en dat was wel genoeg. Dus had hij een kennis gevraagd of die misschien een idee had waar hij met die dozen oud papier heen kon. Kennis had wel eens van ene Bosma uit Leeuwarden gehoord, maar hoe het precies zat... En dus had Hillner de gouden gids erbij gepakt en op goed geluk maar de firma Postma in Groningen gebeld. Postma - Bosma, Leeuwarden - Groningen; wat zou 't? Weg is weg.
Nader tot Reve
Om niet geheel onbeslagen ten ijs te komen deed ik snel wat onderzoek naar Jürgen Hillner. Na een avondje bladeren wist ik: dit kon best wel eens leuk zijn. Hillner was - zo las ik in een brief van Reve aan Josine Meijer - op Sumatra geboren, Duits en Nederlandstalig opgevoed en in de jaren zestig de vertaler Duits geweest van Reve. Kijk! De volgende avond - hij die antiquaar wil worden maar de avonduurtjes voor zichzelf wil houden, hij zoeke een ander vak - togen wij met wat Rob de Nijs 'een bang hart' zou noemen naar Ter Apel. We durfden nauwelijks uit te spreken wat we aan zouden kunnen treffen omdat dat evenzogoed dat wat voorgoed verloren was gegaan zou kunnen zijn. (Cruijff later, terugblikkend: da's logisch) Zoals een klein kind niet kan wachten tot de pakjes onder de kerstboom eindelijk open mogen, zo konden wij niet wachten tot Herr Hillner eindelijk zijn dozen de kamer binnen zou dragen. (Dat gezeur van eerst koffie altijd... "Kon u 't vinden?" - "Nee, we zitten bij de buren, heeft u misschien een kopje suiker?") Maar eerlijk is eerlijk: het was het wachten ruim waard. Dit waren geen dozen - dit waren schatkisten! ("Nog een kopje?" - "Nou graag, lekker hoor, oude koffie!")
Wij zagen: ongepubliceerde brieven en foto's van Louis Paul Boon, ongepubliceerde brieven van Jeroen Brouwers, opdrachtexemplaren van Brouwers, opdrachtexemplaren van W.F. Hermans, brieven van Wolkers en Mulisch en... Reve! Heel veel Reve! Brieven, foto's, opdrachtexemplaren, werkexemplaren, kattebelletjes, een jerrycan water... en weer: zeldzaam, onbekend, nooit gepubliceerd. En jawel: voor een paar duizend gulden mochten we alles zo meenemen. Hup de bus in en naar Groningen.
Titelblad van de Duitse vertaling van Nader tot U. In spiegelbeeld schreef Reve: Dieses Buch habe ich selbst ohne hilfe meines vaters geschrieben. Gerard [Grauer Wolf]
Braaf legden we Hillner uit dat dat wel kon, zeker, zeker, kein probleem, maar dat dat voor hem zeer nadelig zou zijn. Op een veiling zou dit materiaal een veelvoud van een paar duizend gulden opbrengen. Lachend. Hillner begreep snel wat we bedoelden en toen we zeiden dat er bij de juiste aanpak ook wel eens wat journalisten bij hem op de (jawel) koffie zouden kunnen komen was hij om. Zijn vertalingen hadden eind jaren zestig voor een eerste opleving van de Nederlandse literatuur in Duitsland gezorgd (Reve: "door hem is in Duitsland de Nederlandse literatuur ontdekt") en dat hij, nu Nooteboom en Mulisch voor een tweede ontdekking zorgden, als vertaler over het hoofd werd gezien... dat was iets dat hij best nog wel eens in de krant wou hebben.
Nader tot Reve
Zogezegd, zogedaan en tevreden reden we naar Groningen terug. Een paar dagen later belde Jürgen weer. Hij had nog wat dozen gevonden. Op zolder ditmaal. Of we het een probleem vonden toch even te komen kijken. Hij wist niet of 't wat was, maar omdat we de vorige keer zo enthousiast waren... het kon best zo zijn dat we dit ook leuk materiaal vonden. Veel Reve namelijk. En weggooien kon altijd nog, toch? We vroegen of hij dezelfde avond nog kon. Zo rond koffietijd? Dit keer had Hillner de spullen al uitgestald... OP TAFEL LAG - HEAR THE TRUMPETS HEAR THE PIPERS - HET COMPLETE MANUSCRIPT VAN VEERTIEN ETSEN VAN FRANS LODEWIJK PANNEKOEK VOOR ARBEIDERS VERKLAARD DOOR GERARD KORNELIS VAN HET REVE EN DAARNAAST LAGEN - PRIJST EN LOOFT DEN HEER IN ALLE TALEN - DE WORDINGSMAPPEN VAN ZO'N 20 GEDICHTEN VAN REVE IN ALLE STADIA VAN WORDING! Even wisten we niet hoe we het hadden, net zoals Hillner even niet wist hoe hij het had toen hij onze taxatie hoorde. "Ach so, ach so..." - hij ging er waarachtig weer Duits van praten.
Terwijl ik met mijn neus in de Veertien Etsen zat - toch echt het meesterwerk van de meester - vroeg Geert of hij nog even rond mocht kijken. Misschien had Hillner nog iets over het hoofd gezien, en nu we hier toch waren kon hij natuurlijk net zo goed even... - zeg, wat een aardig beeld daar, dat paard... Het bleek een schot in de roos. Naast vertaler was Hillner eind jaren zestig ook een fanatiek fokker van Friese stamhengsten en dat beeld, Herr Postma, dat is een schaalmodel van het beeld van Dagho, zijn trots, gemaakt door Auke Hettema, een beeld nu te bewonderen aan De Lange Pijp in Leeuwarden. Alleen de Koopmans Meelfabrieken bezat nog zo'n schaalmodel, maar verder... keiner! Ik wist genoeg: Geert zou dit pand niet verlaten voordat dat brons ingeladen was...
Nader tot Reve
Alsof dit alles nog niet genoeg was werden we niet veel later benaderd door de heer V. uit Torhout, België. Hij had de catalogus van onze eerste Reve veiling besteld (en gekregen, dank dank) en die catalogus had hem aan 't denken gezet. Meneer had jarenlang Reve verzameld, maar nu de kinderen richting studietijd gingen was het tijd om afscheid te nemen van zijn collectie. Of meneer wat materiaal kon noemen? Allez, het ging om de originele brieven aan Josine Meijer, de originele brieven aan Jan Groothuyse, de originelen aan Ab Visser, brieven aan en van Steinmetz, het originele Pleidooi in typoscript, daarnaast nog enige... U weet genoeg? Ja, wij wisten genoeg. Wij hadden een probleem...
Onderweg naar België probeerden we het probleem in kaart te brengen. De collectie V. en de collectie Hillner in één veiling onderbrengen - dat was vragen om moeilijkheden. Bij onze vorige veiling waren twee collecties al onverkocht gebleven (die aan kunstschilder Aldert Koop en die aan Pastoor Jan Hendrikx) en hoewel zowel de brieven aan Jan Groothuyse als die aan Josine Meijer eigenlijk in het Letterkundig Museum thuishoorden moesten we er niet op rekenen dat het museum toe zou slaan: beide collecties waren al gepubliceerd (zei het - nog steeds! - met weglating van niet onbelangrijke stukken) en daarnaast had het museum met de aankoop van het manuscript van De Avonden en de eerder genoemde brieven en agenda's al zoveel geld in Reve zitten dat de kans wel erg klein was dat het nogmaals de portemonnee zou trekken.
Anderzijds was het laten lopen van de collectie V. nicht im Frage. De veilinghouder die zo'n collectie laat lopen kan net zogoed direct ambtenaar worden. Kortom: we wilden de collectie binnenhalen, maar liever niet in de veiling opnemen. Gelukkig bleek V. een redelijk man die onze redenatie goed kon volgen en, belangrijker nog, het met ons eens was. Sterker nog: natuurlijk was het kunnen financieren van de studie van zijn bloedjes reden nummer één geweest om ons te benaderen maar ook de hoeveelheid Reve die maar op de markt bleef komen speelde een rol: dit was teveel van het goede. Dit was niet meer te behappen. Hadden we misschien een strategie? Nou kunt u van Geert zeggen wat u wilt - en dat doe ik, zeker met een borrel op, dan ook graag - maar als u op korte termijn een verrassende strategie nodig heeft...
Nader tot Reve
In samenspraak met V. stelden we minimumbedragen vast, ik zou - samen met Hans de Reviaan - gewoon beginnen met het collationeren en beschrijven van de collectie zodat we die desnoods net voor de deadline altijd alsnog - God verhoede - in de veiling op zouden kunnen nemen en Geert zou ondertussen proberen om enkele topstukken buiten de vertrouwde Reve-markt onder te brengen.
Het leek V. de goede aanpak. En dat was het ook. Nog maar net met collationeren (een mooi woord voor tellen) begonnen, kon ik daar weer mee ophouden. Geert had beet. Een in kunst en cultuur beleggend figuur uit het Westen van het land had wel oren naar de brieven aan Josine en de brieven aan Jan. Jan de Lijfarts. Normaal belegde dit heerschap vooral in schilderijen en etnografica, maar bang voor een uitstapje was hij allerminst. (Dat genoemde collecties enkele jaren later - deels gedeeltelijk - nogmaals ons pad zouden kruisen... Over de doden... Ik weet nog dat ik op het tijdstip van de begrafenis naar buiten keek en zag dat het zachtjes was begonnen te sneeuwen - "De sneeuw valt over de stenen waaronder de doden vergaan." Dag jongen, dag.)
Ook een derde stuk uit de collectie wist Geert voor de veiling weg te zetten en zo durfden we het aan om de rest van de collectie V. wel ter veiling te brengen. Dat was namelijk goed materiaal voor de verzamelaar die uniek maar ook betaalbaar materiaal zoekt. (Wat dacht u bijvoorbeeld van de agenda van Reve uit 1957 - u weet wel: de agenda waar Büch en Reve - of: Büch en Schafthuizen - zo'n ruzie over kregen.)
Nader tot Reve
De catalogus begon vorm te krijgen: we kozen voor vijf afdelingen: Nederlandse literatuur; Nederlandse literatuur uit de collectie Hillner; Reve uit de collectie Hillner - waaronder dus de brieven, het manuscript van Veertien Etsen en de wordingsmappen - een blok Reve algemeen en - met dank aan Hans - weer een blok etsen van Frans Pannekoek. Omdat de wordingsmappen één geheel vormden besloten we ze eerste apart en daarna nogmaals als geheel te veilen. Na de separate veiling telden we de bedragen op, telden daar rond de 10% bij op en voor dat bedrag werd het totaal nogmaals ingezet. Het was een manier van veilen die we die avond nog een keer in moesten zetten. Ook deze veiling had de nodige pers gehad en onder degene wiens interesse was gewekt bevond zich ook een meneer die zei namens Stichting Ecliptica te handelen. Hij was, zei hij, op het Sumatra het buurjongetje van de Hillners geweest en hij had bij de Stichting geld vrij kunnen maken om de collectie Hillner in zijn geheel aan te schaffen. Kort onderzoek wees uit dat het verhaal van deze meneer klopte en zo gebeurde het dat we ook alles uit het bezit van Hillner twee keer veilden, de tweede keer weer met ongeveer 10% verhoging. (En zo werden de wordingsmappen dus eigenlijk drie keer geveild - separaat, als geheel en toen nog eens als onderdeel van de collectie Hillner).
Het beeld van Dagho hadden we buiten de collectie gelaten, omdat het ons inziens niet bij de literaire nalatenschap van Hillner hoorde. Nadat het brons was ingezet op 3000 gulden volgde een verwoed biedgevecht tussen meneer Ecliptica en een paardenliefhebber. Uiteindelijk won de Stichting - zei het wel voor 18.000 gulden.
P.S. Hoe het allemaal precies zit weet ik niet, maar als mijn informatie klopt heeft Ecliptica later ook nog de Reve collectie van Peter van Bergen gekocht. Volgens dezelfde bron zouden beide collecties - na een immens gedonder - ondergebracht zijn in het Reve Museum in de OB Amsterdam. Wie o wie weet meer? Reacties gaarne naar: mrsteenbergen@hotmail.com
P.P.S. "Bei allem noch etwas idiotisch Merkwürdiges. Ob ich Professor werden will, jawohl, an der Universität von Groningen. 'Kreative Literaturbeübung.' (Creatieve Beoefening der Letteren.)" Dit schreef Gerard Reve op 3 september 1971 aan zijn vertaler Duits Jürgen Hillner. Wie o wie weet meer over dit aanzoek? Reacties gaarne weer naar: mrsteenbergen@hotmail.com
tekst: Martijn Steenbergen